Recensies:

Een Fokker in Den Haag


Beschikbare recensies:

Met heldere monoloog geeft Terlingen blijkt van talent
Marian Buijs in De Volkskrant, 24 mei 1996



Met heldere monoloog geeft Terlingen blijkt van talent
Marian Buijs in De Volkskrant, 24 mei 1996

‘Veel families zouden geen familie moeten zijn’. De jongen zegt het opgelucht, alsof daarmee de knoop van zijn gedachten zou zijn ontward. Tien kinderen heeft zijn vader gefokt in een platte doorzonwoning, maar waartoe? Dochter Maria heeft zich verschanst achter een kloostermuur, en deze zoon, Thomas, zit al jaren in een privé-kliniek.
Thomas is flink in de war. Op zijn lange, magere benen houdt hij zichzelf wanhopig overeind. Hij ijsbeert op die stakerige stelten rusteloos heen en weer, soms glijden ze bijna onder hem vandaan, en tegelijkertijd is hij voortdurend aan het woord.
Hij lijkt op een vogel die uit het nest is gevallen. Een dame - waarschijnlijk zijn psychiater -  die hem vanuit de aangrenzende kamer in het oog houdt, voert hem stukjes brood.
In de statige salon van een achttiende-eeuws herenhuis in Den Haag, waar theatergroep Würz is neergestreken met de voorstelling De Fokker, heeft deze Thomas zijn eigen terrein afgebakend. Het is een uitgelezen locatie, de kalme chic van de omgeving maakt de langgerekte wanhoopsschreeuw die het stuk eigenlijk is, nog schrijnender.
‘Gestoord’ wil de jongen niet worden. Uit alle macht doet hij pogingen ‘de last van zijn loslopende intelligentie’ onder controle te houden. Jules Terlingen, die het stuk schreef en het nu zelf regisseert, goochelt met woorden. En de jonge acteur Sieger Sloot die nota bene nog aan de toneelschool moet beginnen, geeft de tekst een zeldzame intensiteit en natuurlijkheid mee.
Hij praat maar door. Over het verleden dat hij geen plaats kan geven. Om vroeger te verdragen, moeten we het verfraaien: ‘Terugdenken is rechttrekken’.
Af en toe neemt hij de muur in vertrouwen, we zien hem zinnen op een gedachte, zoeken naar woorden, en steeds onontkoombaarder neemt hij ons mee in zijn gedachtenwereld.
Toch is de titelheld van De Fokker niet de zoon, maar de vader. Hij is de grote afwezige tegen wie Thomas een dodelijke haat koestert. Hoe hij ook worstelt om van die last te worden verlost, de dreigende vaderfiguur beheerst zijn gedachten. Zijn zuster Maria komt op bezoek, zij is de enige die hem koestert en hem even een zweem van rust kan geven.
Dat de jongen zich aan het slot letterlijk ontdoet van zijn ‘bewaakster’ is misschien te veel van het goede. Maar die afloop doet niets af aan deze verontrustende, soms bliksemend heldere monoloog. Ongemerkt ga je door Thomas’ ogen kijken naar alle dwazen die krampachtig ‘gewoon’ doen. Een van hen is de potsierlijke verzekeringsagent die in plaats van Thomas’ vader de salon binnenstuift, al zet de acteur die agent wel erg vet neer.
Jules Terlingen is een jonge theatermaker die nog te weinig kans kreeg om te laten zien wat hij kan. Hij schreef een opmerkelijke tekst waarin hij blijkt geeft van een eigenzinnig talent. Zijn voorstelling geeft een transparant beeld van een overgevoelige geest die knokt tegen een hinderlijk dominante vaderfiguur. Als de jongen die vader aan het einde dood verklaart, is hij eindelijk bevrijd. Zijn woorden klinken als een opgewekt deuntje: “De jongens droegen vader naar zijn graf. Nopg twee minuten lopen , dan waren ze van hem af.’


[ terug naar boven ]
[ terug naar de Een Fokker in Den Haag
pagina ]